Categorie: gedichten

Derde plaats Groningen & wildcard finale Write Now

Gisteren, 19 mei, werd ik gebeld dat ik een wildcard heb gekregen voor de finale. Een stukje van de collagetekst waarmee ik derde (en blijkbaar toch finalist) werd, kun je hier lezen (bijvoorbeeld in de afbeelding die ik ervan maakte), de rest van de gedichten op de website.

Er was een Griekse filosoof die schreef
dat de eerste mensen groeiden in vissen, dat ze daar
tanden en scherpe nagels slepen tot ze
met bleke wangen, bleke ogen uit het graat kropen. Kijk,

als we in goden konden geloven
hadden we misschien gedacht dat het altijd al
de bedoeling was dat we terugkeerden naar het water maar

het regent en wij
willen niet rustig wachten tot de zee ons
kolkend en kokend komt halen.

(gedicht) Dromenvanger

Dit gedicht schreef ik voor radio El Mundo bij de liedjes ‘Julud’ en ‘Soutak’ van zangeres Aziza Brahim. Zij komt uit de Westelijke Sahara en woont nu in Barcelona.

Je leert zingen
zinnen vinden een
naam geven aan missen
of leven zonder thuis tussen
uitgestrekte zandvlaktes.

Je leert danspassen in wit tule
tegenover kleurloze tenten
en het blauw van wolkeloze lucht.

Voor verdriet dat is vergeten
metsel je muren met stem
zingt verzet zonder grenzen
genadeloos als zandstormen.

Je vangt dromen
die bang zijn voor wat mensen
zeggen, bouwt kooien van
muziek, bewaart

een meisje in wit
dat blijft dansen.

(gedicht) Lantaarnpaal (op een muur)

Mijn ouders gaan verbouwen en de muur wordt dan geschilderd.

Lantaarnpaal
Vannacht houd ik je veilig

schijn ik harder
feller
dan de zon

voor jou
bewaak ik wegen, straten,
slaapkamerramen,

vermorzel alle schaduwen
doof monsters die zich hullen
in het zwart.

Luider schijn ik
voor je
dan de maan wit zonlicht
kan weerkaatsen

dan alle sterren kunnen
stralen.

Voor jou
zal ik gaten branden in de nacht

tot je vergeet
wat donker is.

(gedicht) De kleine dingen

Dit gedicht schreef ik voor radio El Mundo bij de liedjes ‘Mijn Plekske’ en ‘Confessies’ van de Vlaamse zanger Willem Vermandere.

Als de wereld jankt, schrijf je. Dit land
komt piepend en krakend tot stilstand

huilt in dikgedrukte krantenkoppen
supermarkten leeggekocht, al die mensen
die zich in hun huis verstoppen
missen dat je nog naar buiten mocht, of

het zorgeloze knuffels geven,
niet bang bij elke onbestemde kriebel in je keel
zomaar iemand te besmetten.

Als de wereld jankt, begrijp jij, als alles
zo veel te veel is hoeven we geen sprookjesboeken
geen diepzinnige gedichten of pamfletten,
geen politiek gezwets. Tussen

alle grote dingen
waarover al zo eindeloos gekletst, 
willen we soms iemand die kan zingen
van de kleine

van wat nog precies
in onze handen past.